Terugschakelen

Eindredacteur zijn is leuk, leerzaam, spannend en op deze redactie heel gezellig. Vooral dat laatste ga ik erg missen. Want mijn invalklus loopt ten einde, en dat is aan de ene kant jammer, want ik had het graag nog langer gedaan, als vaste kracht, en aan de andere kant is het goed zo.

Het had niet veel gescheeld of ik bleef, maar een zeer ervaren eindredacteur solliciteerde ook. En die kan vast harder blaffen dan ik, en beter jongleren.

Want dat moet je wel kunnen als eindredacteur: iemand tot de orde kunnen roepen als diegene niet opschiet. En steeds harder blaffen als dat niet werkt. Ik kan best af en toe blaffen, maar ik zit te vaak met de planning te hannessen en overzicht te zoeken om door te hebben dat er geblaft moet worden. En is die blaf dan wel terecht? Of zat ik fout?

Aardig

Dat is misschien ook wel een probleem: ik denk al snel dat het aan mij ligt, al is het niet zo. Is dit goed? Zie ik het verkeerd? Kan ik dit vragen? Is er nog tijd? Als ik nu zó doe? Of zo? Ach wat, ik doe het gewoon. Hup. O, jee, wat heb ik gedaan? Straks is het fout! Ik hoor geen klachten, is het dan goed? Of niet? Ik denk nu van wel, maar vinden anderen dat ook?

Zo gaat dat bij mij. Zou dat faalangst zijn? Ben ik te gevoelig voor kritiek? Of zijn anderen juist te kritisch?

Hoe dan ook: als eindredacteur moet je daar boven staan. Status pakken. Gezag uitstralen. Van je af bijten. Zeker zijn. Daar ben ik blijkbaar niet zo goed in. Nog niet, in ieder geval.

Jongleren met drie ballen kan ik heel aardig en met vier lukt het ook nog, maar veel meer ballen in de lucht houden vind ik lastig. Zeker als er ballen wisselen, verdwijnen of erbij komen. Maar ook dat is iets wat eindredacteuren moeten kunnen. Ze moeten weten wat er allemaal op wiens bordje ligt, wanneer dat er moet zijn en hoever het ermee staat. Maar ik word daar heel onrustig van. Ik ben een binnenvettende, onrustige spin in het web.

Verhalen

Laat mij maar zinnen maken. Woorden zoeken. Verhalen vertellen. Want dat kan ik goed: (her)schrijven. Ordenen, slijpen, snoeien. En dat zag de werkgever gelukkig ook, aan mijn zelfgeschreven stukken en aan wat ik verbouwd had aan de stukken van anderen. Daarom twijfelden ze ook zo.

Het mooie is dat ik dat straks bij de UKrant kan blijven doen, schrijven, maar dan als verslaggever. Verhalen maken over die machtig interessante universiteit. Dat betekent ook dat ik elke week terug kan komen om te vergaderen, te kletsen en te lachen.

Rust

Het kloterige is dat ik er financieel zwaar op achteruit ga. Want ik heb geen notie van hoe vaak ik een artikel kan schrijven en wat dat me oplevert.

Dus de vraag is nu ook of ik me ga richten op meer schrijfopdrachten, elders, of dat ik voor een beetje financiële zekerheid kan toch een lullig bijbaantje ga zoeken waar ik verder geen omkijken naar heb. Wat geeft meer rust? Waarbij heb ik meer ruimte om me op kinderboeken te storten?

Ik heb amper aan mijn boek gewerkt deze periode. En dat was juist niet de bedoeling. Het idee was om me te richten op kinderboeken schrijven, met daarnaast een hersenloos flutbaantje om van rond te komen. Maar dat was dit niet. Dit verdiende goed, maar vroeg veel aandacht.

Daarom twijfelde ik: wilde ik eigenlijk wel doorgaan? Zo ja, dan zouden de kinderboeken voor langere tijd op het tweede plan komen, maar dan had ik wel een behoorlijk inkomen. Zo nee, dan moest ik iets anders zoeken, maar kon ik wel veel schrijven.

Schakel

Ik heb die schakel gemaakt en heb gesolliciteerd, dat schrijven kwam wel weer, dacht ik. Ook met het idee, destijds, dat ik grote kans zou maken en ze me vroegen om te solliciteren.

Verwarrend als het dan niet doorgaat. Als iemand anders er met de buit vandoor gaat.

Dus ik ga weer terugschakelen. En die onzekerheid aanpakken. Want dat zat me te veel in de weg.

Advertenties